Een triootje met CHET BAKER

Op de avond voor oudjaar 1958 speelde Chet Baker zijn voorlaatste sessies voor het Riverside platenlabel. De voorgaande sessies waren niet steeds even succesvol geweest. Dit keer speelde de trompettist met de meest prominente jonge jazzmusici van New York – Bill Evans, Kenny Burrell, Pepper Adams, Paul Chambers, Connie Kay en Herbie Mann, die voor deze gelegenheid ook een aantal losse arrangementen had meegebracht. De plaat heette gewoon Chet. Of in dit geval Chet Stereo. Ondertitel op de achterhoes: The Lyrical Trumpet of Chet Baker. Baker speelde elke frase in slow motion. De hele band raakte onder zijn betovering. Vooral het openingsstuk Alone Together, waarin Adams’ sax en Manns fluit soepel rond de trompetsolo cirkelen, is pure junkie magie. Deze heruitgave op twee 45-toeren platen van Analogue Productions haalt elk detail opnieuw naar boven in een (subtiel opgedirkte) remastering van het duo van Kevin Gray en Steve Hoffman.
https://www.discogs.com/Chet-Baker-Chet/release/4541947

 
 
www.discogs.com
Find a Chet Baker - Chet first pressing or reissue. Complete your Chet Baker collection. Shop Vinyl and CDs.

Meer Chet Baker en meer 'audiofilie' in deze heruitgave van ORG Music. Remaster is dit keer van Bernie Grundman. Ik hou wel van zijn werk. Sowieso is dit een welkome uitgave, want de originele plaat is onvindbaar en als je er toch in slaagt om een goed exemplaar te lokaliseren, dan is de kans groot dat je er een van je kinderen voor moet verkopen. Onbetaalbaar voor deze arme proletariër, dus doen we het opnieuw met een recente reissue. 
Dit werd opnieuw geperst op tweemaal 45-toeren. Het is niet mijn favoriete formaat, moet ik toegeven, maar je krijgt wel een beetje beweging door steeds over en weer naar je platendraaier te moeten lopen. De kwaliteit van het vinyl is wel exemplarisch. Pikzwarte achtergrond, u aangeboden door het Duitse Pallas, zoals op de hype sticker op de beschermhoes te lezen staat. Mijn genummerde exemplaar heeft No. 000019. Geen idee hoeveel exemplaren ORG ervan heeft laten maken, maar ze kunnen dus het miljoen aan. 999.999 stuks, om precies te zijn.
Dit is het eerste album dat Chet Baker maakte in Italië nadat hij er vervroegd uit de gevangenis werd ontslagen na het beruchte "Processo delle Vipere".

Hij was al een contract aangeboden door RCA Italiana om in het Italiaans vier plaatkantjes vol te zingen met een orkest onder leiding van Ennio Morricone. Dat was jazz van het suikerspinnensoort geweest. Een curiosum. 

Maar op dit, zijn eerste langspeler, stonden échte bopstukken van Monk, Rollins en Parker: 'Well You Needn't', Pent Up House' en 'Barbados' (dit laatste stuk staat trouwens ook op het kleine lp'tje dat Bakers goede vriend Jacques Pelzer maakte voor het jazzlabel van de Belgische Innovation warenhuisketen. Gitarist René Thomas was er toen ook bij). Chet Baker speelt hier krachtig en zelfverzekerd - vol energie, alsof hij iets goed had te maken en daarvoor gerust met de vuist op de tafel wou slaan. De plaat heet Chet is Back! (uitroepteken) Hij wordt begeleid door een fantastisch kwintet van hoofdzakelijk Belgische muzikanten, Bobby Jaspar, René Thomas en Benoit Quersin, aangevuld met de Zwitserse drummer Daniel Humair en de Italiaanse pianist Amedeo Tommasi. Dit is Baker in topvorm. Ook zijn begeleiders spelen uitmuntend. Ze maken van dit album een klassieker van de vaderlandse jazzgeschiedenis. Drugs hielp misschien een handje? Chet Baker had een tijdje moeten kicken in de gevangenis, maar een paar dagen op vrije voeten en hij was weer een junkie.

https://www.discogs.com/Chet-Baker-Sextet-Chet-Is-Back/release/5279341

 
 
www.discogs.com
Find a Chet Baker Sextet - Chet Is Back! first pressing or reissue. Complete your Chet Baker Sextet collection. Shop Vinyl and CDs.


Ten slotte, om de avond af te sluiten, een derde plaat en een derde decennium: Chet Baker werkt in de seventies hard aan een zoveelste comeback. 

Op 24 november 1974 wordt een reünieconcert georganiseerd met de man aan wie Baker zijn grote doorbraak te danken had gehad: Gerry Mulligan. Het was (meer dan?) tien jaar geleden dat de beiden nog samen hadden gespeeld en Mulligan stond niet meteen te trappelen om met Baker op tournee te gaan. Maar hij bevond zich, net zo min als talloze collega's, echt op het toppunt van zijn carrière. Stan Getz, de derde ster van de West Coast jazz, was ook uitgenodigd, maar was er uiteindelijk niet bij. De concerten in Carnegie Hall werden opgenomen door de mobiele Record Plant studio en achteraf geremixt door Rudy Van Gelder. De opnames verschenen op twee lp's op het CTI label - volume 1 en 2. Mulligan had geen zin om het oude pianoloze kwartet nieuw leven in te blazen en nam zijn nieuwe elektrische band mee, met Bob James, Ron Carter, Harvey Mason en Ed Byrne. Dit is ook een van de eerste platen waarop een piepjonge gitarist John Scofield te horen is. Hij speelt een mooie solo op Song For An Unfinished Woman. Om eerlijk te zijn, Mulligan speelt Baker naar huis. Maar Bakers obligate My Funny Valentine is een feest van de nostalgie. "Indeed, the old magic still works". Met dat zinnetje sloot Doug Ramsey de liner notes af. Ondanks de ijzige persoonlijke relatie tussen de beide heren, had Ramsey absoluut geen ongelijk. Deze zeer presente live opnames zijn nu ook heruitgegeven door het Duitse Speakers Corner label, maar ik heb de oorspronkelijke platen. Wie de heruitgave heeft, is steeds welkom voor een vergelijkende test.

 

https://www.discogs.com/Gerry-Mulligan-Chet-Baker-Carnegie-Hall-Concert-Volume-1/release/3064156

 

(FG)

FRANZ SCHUBERT - Die schöne Müllerin

“Die schöne Müllerin” van Franz Schubert is een van die grote meesterwerken uit de muziekgeschiedenis. Deze liedcyclus is de eerste in zijn genre en meteen een van de meest perfecte voorbeelden ervan. De muziek is intimistisch, geschreven voor een enkele stem met pianobegeleiding. Maar het werk bezit tegelijk een epische diepgang en een eeuwigheidswaarde die de generaties en grenzen overstijgen. Een uitvoering vergt van de zanger en zijn begeleider niet enkel volledig meesterschap en virtuositeit, maar bovenal wederzijdse sympathie én gedeelde muzikale intelligentie. Het is een subtiele dialoog tussen stem en piano, tussen tekst en muziek, tussen uitvoerders en luisteraar, waarbij elkeen een evenwaardige rol toebedeeld krijgt. 

Hoe merkwaardig is het dan dat de interesse voor diens kamermuziek niet zo heel erg groot was tijdens Schuberts korte leven? Zijn toonzetting van dichter Wilhelm Müllers bundel over een jongeman die hopeloos ten onder gaat aan een onbeantwoorde liefde voor een mooie molenaarsdochter, werd tijdens zijn leven waarschijnlijk nooit integraal uitgevoerd. De cyclus werd in vijf kleinere delen (mini-actes van een kameropera, zo je wil) van een paar lieder uitgegeven. 

Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werd het oeuvre van Schubert langzaamaan opnieuw gewaardeerd. In 1856, bijna dertig jaar na de tragisch premature dood van de componist op 31-jarige leeftijd in 1828, werd de cyclus voor het eerst in Wenen uitgevoerd door Julius Stockhausen, een Duitse bariton (een getransponeerde versie, neem ik aan, aangezien het werk oorspronkelijk voor tenor opgevat was). Sindsdien is de populariteit van het werk alleen maar gegroeid. Het is een van de geliefkoosde stukken van hedendaagse concertgangers. Geen wonder dat het de afgelopen eeuw eindeloze keren werd opgenomen. De allereerste opname dateert al van 1909, maar ook vandaag blijft het werk een absolute bestseller. Er bestaat geen huisgezin van muziekliefhebbers die deze muziek niet in de kast staan heeft. 

Met de introductie van de compact disc is het aantal uitvoeringen zelfs exponentieel gestegen. Het integrale werk bestaat uit 20 lieder die je als luisteraar het hele spectrum van menselijke emoties doen doorlopen. Het geheel duurt om en bij een uur en past daarmee mooi op één cd, terwijl je in de hoogdagen van het vinyl – idealiter, maar dat verdubbelde ook de aankoopprijs - al anderhalve lp nodig had. Pogingen om het werk op één lp te passen, moesten willens nillens toegevingen doen op het gebied van weergavekwaliteit. 

Het moge duidelijk zijn; een leven zonder dit werk gehoord te hebben, is een leven dat niet ten volle werd geleefd. Ik ben nog steeds uitvoeringen aan het verzamelen en heb totnogtoe slechts een kleine fractie kunnen beluisteren. Ondertussen heb ik wel een aantal voorkeuren, die ik als enthousiast amateur graag deel. Ik hoop dit verder aan te vullen wanneer ik nog eens een goede uitvoering beluister en de tijd vind om daar nog iets over te schrijven.

Een van de mooiste uitvoeringen van het cd-tijdperk is volgens mij die door de Duitse tenor Christoph Prégardien, begeleid door pianist Andreas Staier op pianoforte (Deutsche Harmonia Mundi). Prégardien bezit een heldere, fluïde tenor, wars van al te breed vibrato of artificiële affecten. Hij heeft een natuurlijke zangstijl met een uitzonderlijk precieze dictie. Voor zover ik weet, heeft hij het werk tweemaal opgenomen. Prégardiens eerste opname dateert uit 1992. Het is er een van grote contrasten in tempi en vol dynamiek. De tegenstelling tussen het optimistische, hoopvolle en levenslustige eerste deel en de morbide dramatiek van het tweede deel is ronduit hartverscheurend.

https://www.youtube.com/watch?v=d3b57JvQ6Sw

 
 
www.youtube.com
Franz Schubert: Die schöne Müllerin, a song cycle. Christoph Prégardien - tenor, Andreas Staier - fortepiano. Buy it here: https://www.amazon.com/Schubert-Sch%C3 ...

 

Van het aantal versies dat ik heb op lp, probeer ik meermaals de standaard-uitvoeringen van bariton Dietrich Fischer-Dieskau uit. Ik ben niet steeds in de stemming voor de grote intensiteit en het existentiële gewicht die hij in zijn uitvoeringen legt. Bovendien hou ik meer van een tenorstem in deze cyclus. Maar Fischer-Dieskau heeft meer dan om het even wie de lieder van Schubert tot zijn persoonlijke lijfstukken gemaakt. De drie versies die hij met de Britse pianist en begeleider-par-excellence Gerald Moore (zijn autobiografie “Am I Too Loud?” is aan te raden lectuur) opnam – twee voor Deutsche Grammophon Gesellschaft en één voor EMI (ASD 481) - zijn nog steeds dé referenties in de klassieke discografie. Echte must-haves in elke zichzelf respecterende muziekcollectie.

https://www.youtube.com/watch?v=BcOjYkEB3cM

 
 
www.youtube.com
Dietrich Fischer-Dieskau sings "Das Wandern" from the Song Cycle "Die schöne Müllerin" by Franz Schubert Gerald Moore, piano 1951

 

Een van de allereerste opnames van het stereo-tijdperk is die door het Britse koppel van tenor Peter Pears en pianist/componist Benjamin Britten voor het Decca label in 1959 (SXL 2200). De aparte, ietwat genepen en nasale stem van Pears is een acquired taste. Zijn bij tijden opvallend Engelse tongval schemert vaak door en dat kan een bijkomend struikelblok zijn. Maar de begeleiding van Britten is ronduit betoverend in haar understatement. Britten heeft steeds een grote affiniteit gehad met de muziek van Schubert – luister ook eens naar de prachtige uitvoering van de Arpeggione Sonate samen met cellist Mstislav Rostropovich (Decca, SXL 6426) of van pianosonates voor vier handen samen met die andere grote Rus, pianist Sviatoslav Richter (Decca, 466 822-2, die ik laatst op Musique 3 hoorde). Om het in het Engels te zeggen, Britten alleen is “worth the price of admission”.

https://www.youtube.com/watch?v=T6dWmki5CDA

 
www.youtube.com
Peter Pears sings Schubert's Die Schöne Mullerin and Benjamin Britten acts as accompanist.

  

Een uitvoering die het rijtje “klassiekers” merkwaardig genoeg vaak niet haalt, maar die mij als bij verrassing tot tranen toe wist te overrompelen, is die van de Zwitserse tenor Ernst Haefliger met de Franse pianiste Jacqueline Bonneau. Deze is zelfs nog nooit op cd verschenen, denk ik. Het is dan ook veeleer bij toeval dat de lp’s me in handen vielen bij een bezoek aan de lokale kringwinkel. Soms zit het eens mee…

Haefliger was een veelzijdige tenor die, net als Prégardien, alles aankon van oratoria, over opera tot recitals. Hij was een uitmuntende Evangelist in Bachs Mattheus Passie en de geliefde keuze van dirigent Karl Richter in diens Bach-uitvoeringen van de jaren 50/60 voor het Archiv label. Vandaag is Haefligers lichte stem en theatrale expressiviteit een beetje gedateerd en “ouderwets” misschien, maar voor oren als de mijne, die groot gebracht zijn op een dieet van “historisch geïnformeerde” uitvoeringen, klinkt ze apart en zelfs verfrissend, op een manier.

Dat gold ook voor Haefligers versie van Die schöne Müllerin; een heel klein tikkeltje larmoyant misschien, maar met wat een moeiteloos naturel gezongen. Deze opname werd door de Deutsche Grammophon Gesellschaft, misschien niet toevallig, ook in 1959 gemaakt. Ze moet daarom rechtstreeks hebben geconcurreerd met de versie Pears/Britten. Maar in tegenstelling tot Decca spreidde DGG het werk over twee lp’s (SLPM 136 039/040), wat de geluidskwaliteit ten goede komt. Dit is een glorieuze opname: het alsof de twee een recital geven in je huiskamer. De tonale kleurenrijkdom en subtiele dynamiek van de begeleidende pianopartij van Jacqueline Bonneau komen erin voluit tot hun recht. De twee uitvoerders ademen bovendien als één. (Bonneau is een relatief onbekende pianiste die zich specialiseerde als begeleider in lied- en chansonrepertoire. Ze was een geliefkoosde partner voor Gérard Souzay, een bariton die op zijn beurt meermaals Die schöne Müllerin opnam, maar niet in haar gezelschap.)

Ernst Haefliger maakte nog twee opnames van het werk, met Erik Werba in 1970 en met Jörg Ewald Dähler in 1983. De tweede heb ik nog niet gehoord, maar van de laatste perste het Claves label het dik uur muziek ook weer op één plaat. Daar luister ik de volgende keer nog eens naar.

Nu nog eens genieten van de versie uit het gezegende jaar 1959:

https://www.youtube.com/watch?v=PmTyN8M-32c

(FG)

RINGO van RINGO - vergeten parel?

Lang geleden dat je nog naar "Ringo" hebt geluisterd?
Ik in ieder geval wel.
Maar wat een amusant stukje vinyl en een guilty pleasure van formaat is me dat toch.
 
Alle Beatles geven acte de présence, Good Ole George met stip.
Alsof dat nog niet genoeg is, krijg je daar ook een topcast met James Booker, Martha Reeves, Jim Keltner, Marc Bolan, Levon Helm, Nicky Hopkins, ... gratis bovenop.
Producer Richard Perry trekt alle registers open in monumentale arrangementen die het concept "superproductie" herdefiniëren en heel wat glamrockers het nakijken geven. Luister nog eens naar het Wagneriaanse Photograph, dat wordt gedompeld en gedrenkt in een oceaan van strijkers, blazers, koren en klokken. Het had voorwaar op geen enkel eurovisie festival misstaan.
Een en ander wordt in ronduit indrukwekkend Hi-Fi gegoten door meestertechnicus Bill Schnee en naar kamerbreed cinemascope gemasterd door de legendarische Doug Sax.
Klaus Voorman speelt niet alleen bas op de plaat, maar zorgt ook voor de super-deluxe verpakking, inclusief dik tekstboek met prachtige tekeningen.
Dat zou al kunnen volstaan om je volledig te vloeren, maar bovendien staan op het repertoire onweerstaanbare popdeuntjes en tijdloze meezingers van de heren Lennon, McCartney, Harrison én Starkey (en dan heb ik het niet eens over die fe-no-me-na-le cover van Randy Newmans bitterzoete meesterwerkje Hold On).

Komaan, meerwaardezoekers en verzamelaars van de betere langspeelplaat, haal deze nog eens uit de kast en laat je maar nog eens goed gaan.
Een dik half uur plezier voor het hele gezin gegarandeerd.

En jawel, ik vroeg het me even af: is dit ze dan?
Is dit de beste post-Beatles Beatle plaat?!
De Sgt. Pepper van de seventies?
 
Awel, vandaag wél. Nem zie!
Misschien op het programma tijdens ons volgende cirkelmoment?
Wie een "near mint" exemplaar bezit, zeker meebrengen, want het mijne is al een paar keren te veel langs onvoorzichtige handen en onder iets te versleten naalden gepasseerd.
 
Die dekselse Ringo.
Peace & Love! (FG)

Harry Belafonte - een vergeten meester.

 

Belegen Belafonte?

Een muziekgenre dat het erg goed deed in de jaren vijftig was folkThe Weavers (en in mindere mate Woody Guthrie , die veeleer in de underground bekendheid genoot) waren de voorlopers van die revival.  

The Weavers hadden in 1950 een nummer 1-hit met hun versie van “Goodnight Irene”. Dit nummer was een opgekuiste versie van een grimmig verhaal over huiselijk geweld en morfineverslaving zoals het oorspronkelijk door singer-songwriter Leadbelly, de onbetwiste meester van de 12-snarige gitaarblues, werd uitgevoerd voor de microfoon van John Lomax in de Angola State Prison in 1934. Ondertussen behoort het liedje tot ons collectief geheugen.
The Weavers werden een paar jaar na hun eerste successen, in volle communistenjacht, beschuldigd van communistische sympathieën. Het kortwiekte hun carrière. Ze speelden enkel nog op universiteitscampussen en tijdens benefieten, maar ze verdwenen uit de hitlijsten.

Hun muziek werd nu uitgevoerd door andere, minder controversiële performers. De meest populaire onder hen was Harry Belafonte. Hoewel hij een zwarte was, sprak hij toch tot de verbeelding bij alle segmenten van het publiek: hij was exotisch, erotisch, intellectueel en artistiek verantwoord. En hij zong folk. Belafonte had een opleiding als acteur genoten, maar begon zijn carrière als jazzzanger. Hij runde ook een restaurant in Greenwich Village, de wijk in New York die de ontmoetingsplaats werd voor bohemiens en artiesten. Folk van over de hele wereld was er de nieuwste rage. In 1951 maakte Belafonte er zijn debuut als folkzanger, in de beroemde Village Vanguard club. Belafonte mengde blues en folkmuziek met calypso - met fenomenaal groot succes.

Allerlei Zuid-Amerikaanse en Caraïbische muziek deed het trouwens erg goed in die tijd. De orkesten van Perez Prado, Machito of, in Engeland, Edmundo Ros hadden een erg grote aanhang. Dichter bij huis had je later ook Nico Gomez of de Chakachas. In 1958 werd trouwens Tommy Dorsey’s “Tea For Two Cha Cha” (postuum) een grote hit en ook in de rock werd er lustig de cha-cha-cha gedanst. Denk maar aan Richard Berry’s “Louie Louie”, “Tequila” van The Champs, “Willie and the Hand Jive” van Johnny Otis of de muziek van Bo Diddley, die ook vol invloeden van de calypso zat.

Belafonte’s lp Calypso uit 1956 werd de eerste lp die in de miljoenen verkocht. Het album staat nu nog steeds overeind als een meesterwerk in het genre.

Nochtans is Belafonte vandaag niet meer cool. Hij was zowat de enige zwarte zanger die - oogluikend, soms - geduld werd in de huiskamers van de jaren vijftig; de favoriet van je vader of grootmoeder. Misschien net daarom dat Belafonte ook zal staan voor het soort doorgekookte, afgewassen en uitgebleekte muziek waar een generatie rockers zich met vuur zal tegen afzetten? Belafonte deed volgens hen aan uitverkoop en vijlde er met diens belegen perfectionisme er de scherpe kantjes af. Jonge rebellen in Engeland (kerels als The Rolling Stones, Alexis Korner of The Animals) haalden hun inspiratie veeleer uit wat zij als de échte zwarte muziek beschouwden - de stedelijke, elektrische en ietwat gevaarlijke bluesmuziek die in Chicago werd gespeeld. De intellectueel verantwoorde burgerrechtenactivist Belafonte zal uiteindelijk de duimen moeten leggen tegen de brutale bluesrock van deze blanke jonkies. Zijn muziek werd langzaamaan een relikwie uit vervlogen tijden. 

Wij durven dat te betwisten en raden iedereen aan om Belafonte te (her-)ontdekken. Je bent al goed vertrokken als je "Sings The Blues" uit 1958 nog eens van onder het stof haalt. Het was het eerste album van Belafonte dat in glorieuze stereofonie verscheen. De opname klinkt niet alleen fenomenaal, na vijftig jaar heeft de muziek op dit album weinig van haar glans verloren. Integendeel, Belafonte's intense en overtuigende vertolkingen van oude en nieuwe blues en folkklassiekers getuigen van een diepe vertrouwdheid met de muziek. En wat een unieke stem had die man toch.... Er is geen hoop meer voor zij die daarbij onberoerd blijven. Check it!

PS: ook Bob Dylan, die andere folkheld uit Greenwich Village, zou zijn debuut maken op een lp van Belafonte. Ze vertolken samen de "Midnight Special", een folksong die Leadbelly in 1934 in Angola State Prison voor de microfoon van John Lomax had gespeeld. En zo is de full circle rond.

(FG)